Ik maak gedichten en verhalen om te lezen, beluisteren of bekijken op een podium. In augustus 2020 verscheen mijn poëziedebuut Voor permanente bewoning bij uitgeverij Cossee (was genomineerd voor de Poëziedebuutprijs aan Zee en nu voor de Zeeuwse Boekenprijs!)

Als filosoof heb ik een voorliefde voor grote begrippen als verdriet, zelf, liefde, leven of afscheid. Maar als mens kan ik die pas begrijpen zodra ik ze ga herkennen in dagdagelijkse gedachten, misverstanden, verwonderlijke contacten en plezier. In mijn gedichten en podiumstukken zoek ik naar een stem die ervoor zorgt dat je deze lagen – het universele en het persoonlijke, het fundamentele en de franje, het abstracte en het concrete – over elkaar heen kunt zien schuiven.

Dan blijken de meest uiteenlopende ervaringen met elkaar te rijmen. Valt niets overal buiten. Is de wereld voor even vrij toegankelijk, net als jijzelf.

Bijvoorbeeld…

  • ‘Voor permanente bewoning’ – mijn poëziedebuut bij Uitgeverij Cossee in Amsterdam (2020)
  • ‘Dat verhaal ken je toch?’ – een audio-installatie voor het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk i.s.m. componist en musicus Christian Blaha (zomer 2021)
  • ‘Rimpelingen: brieven uit Zeeland’ – kaleidoscopisch muziektheater over wat coronatijd ons heeft geleerd over oud zijn en de verhoudingen tussen oud & jong vandaag de dag, i.s.m. Christian Blaha en anderen (najaar 2021, zie hier voor de speellijst)
  • ‘Eerst maar eens naar Nieuw-Zeeland’- een eenakter (2018 – heden) over wat je achteraf kunt zien aankomen. Maar wat doe je als de hemel naar beneden komt? Over verwondering, voorzichtigheid en vertrek. Maar bovenal over Nederlands grijs, de magie van Zuid-Franse hangmatten en nieuw gevonden familie aan de andere kant van de wereld.
  • Stadsdichterschap Middelburg (2018-2019)

Wat anderen zeggen over mijn werk

Uit het juryrapport van de Poëziedebuutprijs aan Zee:

“Anna de Bruyckere (1987, Middelburg, Nederland) begint haar bundel ogenschijnlijk braaf. Ze verwondert zich over het kleine en alledaagse, tot ze gaandeweg de rauwe actualiteit van menselijk leed en migratie toelaat en ze haar klassieke stijl laat schuren met de onconventionele realiteit. Voor permanente bewoning is soepel gecomponeerd: de Bruyckere speelt met taal en structuur en neemt de lezer zo ongedwongen mee, zelfs naar plekken waar het donker en ongemakkelijk wordt.”