Een flaptekst is er nog niet, maar hij komt eraan, wederom bij Uitgeverij Cossee (Amsterdam): in de winter van ’26/’27 houden we mijn tweede dichtbundel ten doop. In deze bundel doe ik poëtisch onderzoek naar onze culturele voorliefde voor de underdog en hoe zich dat verhoudt tot ideeën over, verlangens naar en verzet tegen volwassenheid.
Allemaal abstract geleuter blijft dit. (Een flaptekst schrijven is een vak, zeker als het boek er nog niet is, en een vak dat ik niet beheers.)
Daarom liever een voorproefje:

—
In augustus 2020 verscheen mijn poëziedebuut Voor permanente bewoning bij uitgeverij Cossee, genomineerd voor de Poëziedebuutprijs aan Zee en voor de Zeeuwse Boekenprijs.
Als filosoof heb ik een voorliefde voor grote begrippen als verdriet, zelf, liefde, leven of afscheid. Maar als mens kan ik die pas begrijpen zodra ik ze ga herkennen in dagdagelijkse gedachten, misverstanden, verwonderlijke contacten en plezier. In mijn gedichten (eigenlijk net als in mijn voorstellingen en audiowerk) zoek ik naar een stem die ervoor zorgt dat je deze lagen – het universele en het persoonlijke, het fundamentele en de franje, het abstracte en het concrete – over elkaar heen kunt zien schuiven. Dan blijken de meest uiteenlopende ervaringen met elkaar te rijmen. Valt niets overal buiten. Is de wereld voor even vrij toegankelijk, net als jijzelf.
Op mijn blog is af en toe recent werk te vinden. Ook werk ik achter de schermen aan proza. Af en toe breng ik mijn gedichten ten gehore. Die gelegenheden kondig ik voornamelijk aan via social media en mijn nieuwsbrief (max. 4x/jaar).
—
Wat anderen zeggen over mijn werk
Uit het juryrapport van de Poëziedebuutprijs aan Zee:

“Anna de Bruyckere (1987, Middelburg, Nederland) begint haar bundel ogenschijnlijk braaf. Ze verwondert zich over het kleine en alledaagse, tot ze gaandeweg de rauwe actualiteit van menselijk leed en migratie toelaat en ze haar klassieke stijl laat schuren met de onconventionele realiteit. Voor permanente bewoning is soepel gecomponeerd: de Bruyckere speelt met taal en structuur en neemt de lezer zo ongedwongen mee, zelfs naar plekken waar het donker en ongemakkelijk wordt.”
—
Janita Monna in Dagblad Trouw:
“Filosofische vragen leiden vaak tot verrassend concrete gedachtenexcercities … Door de montere ondertoon … wordt De Bruyckeres klankrijke stem nooit zwaar.
… een gedicht als ‘Zelfkennis’. Daarin mondt een spelletje ‘stel je was iets anders’ uit in een intrigerend uitstapje over de soortgrens. Want zou dat andere geen regen kunnen zijn? En stel, je was regen, wat zou je dan doen? ‘Ik zou me vragen// elke druppel te herinneren/ want waar die valt daar horen we/ elkaar. Horen we te zijn, vallen we even// samen.’ Regen die verbindt. Het mag herfst worden.” >>>
—
Mario Molegraaf in de Provinciale Zeeuwse Courant:
“Anna de Bruyckere zorgt met haar pas verschenen bundel ‘Voor permanente bewoning’ voor een van de boeiendste Nederlandse dichtersdebuten van het jaar. …
Het best bevalt deze dichteres me wanneer ze alle didactische controle net niet, net wel kwijtraakt, als in het moment dat je van waken naar dromen wordt gelanceerd. Neem ‘We zouden nog’, een wedstrijdje touwtrekken tussen ratio en emotie. Of het gedicht ‘Zeven dingen die je bijvoorbeeld kunt willen dit jaar’ waarin rechtlijnige filosofie de grillige poëzie in tuimelt. Wat wil ze dit jaar? ‘Een blauwe roos zijn die door niemand is bedacht’. Mooi motto op de maandagmorgen.” >>>
—
Dirk de Geest op Mappa Libri:
“Haar gedichten bewegen zich heen en weer, associërend en met een soort van omtrekkende dynamiek. Op die manier probeert de dichter boven de loutere waarneming te raken, roept ze vragen op die betrekking hebben op allerlei filosofische kwesties. …
De dichter is betrokken bij wat ze schrijft, maar tegelijk eigent ze zich de taal niet toe, net zo min als ze meester is over de werkelijkheid. Het is een boeiende positie die ook de lezer permanent doet aarzelen over zijn of haar eigen situatie. Voor permanente bewoning is als debuut zonder twijfel bijzonder geslaagd.” >>>
—